De Bowen techniek werd ontwikkeld door de Australiër Thomas Ambrose Bowen(1916-1982).
Hij behandelde er in de zeventiger jaren van de vorige eeuw zo'n 13.000 patiënten per jaar mee. Daarvan had 88 procent van de patiënten niet meer dan twee of drie behandelingen nodig.
In veel landen gebruiken inmiddels duizenden therapeuten deze techniek met groot succes, maar in Nederland is Bowen nog relatief onbekend.
Deze bijzondere techniek kan bij (bijna) elke klacht worden toegepast. De techniek kent geen contra-indicaties en gaat heel goed samen met homeopathie, bachremedies, eventuele medicaties en oefeningen. Bovendien is de techniek geschikt voor mens en dier.